Column Jan Vriend


De promotie van de koffiepot
Vroeg of laat duikt hij steeds weer op, die vraag. Waarom altijd weer die Volendammers bij jou in de krant? Achter de vraag gaat een emmer vol andere vragen schuil. Of er ergens anders geen goede zangers zijn. En of ze in Alkmaar en Amsterdam niet beter voetballen. En of ze in Schagen misschien minder katholiek zijn dan daar onder aan de dijk.
Maar wat ze eigenlijk bedoelen is: zijn die Volendammers dan zo bijzonder? En iedere keer zeg ik ja. Want ze kunnen mooi zingen in Volendam. En ze voetballen echt niet verkeerd. En jawel, ze vouwen de handen intens, daar in de kerkbanken.
Maar het bijzondere is dat ze het in Volendam allemaal met zo verschrikkelijk veel overgave doen. Niet in één band spelen, maar in drie tegelijk. Niet alleen op donderdag in een koor zingen, maar ook op vrijdag in een musical en op zaterdag bij bruiloften. Niet met één schoolklasje in één kerkdienst eerste communie doen, maar met bijna tweehonderd, vier zondagen achter elkaar.
Dat het allemaal zo nadrukkelijk de krant en de televisie haalt, is het succesrecept van Volendam. Het schuilt in een fijnzinnige, vanzelfsprekende promotiemachine van de koffiepot. Een pot gevoed door een aangeboren trots op alles wat er in het eigen dorp gebeurt. Waarbij de ene Volendammer onbewust het reclamebureau van de ander is.
Voorbeeldje van de afgelopen maand: zit ik bij een muzikant om te praten over zijn nieuwe band, vertelt hij over de cd van een bevriende zangeres, die eraan zit te komen. ,,Hartstikke goed”, drukt hij me nog even op het hart. Dus meteen een afspraak met de zangeres gemaakt voor een interview over die nieuwe schijf. Aan de haven mijmeren we daarna over een paaseierenactie voor de krant. Heb ik er al aan gedacht om de voetbalprof daarvoor te vragen? ,,Bel hem maar. Vindt hij leuk.”
Twee dagen later beschildert de nuchtere keeper aan zijn glimmend gepoetste eettafel thuis een paasei. Nooit te beroerd om mee te werken aan een kwisje waarbij lezers in de paaskrant mogen raden welke bekende Noord-Hollander welk ei onder handen heeft genomen. Het kwasten gaat lekker enthousiast, ook al raakt de boel bij hem thuis onder de verf. Gelukkig in de clubkleuren.
Al schilderend vertelt de doelman over zijn bewondering voor de pastoor. ,,Die man is in de tachtig en nog zó actief.” Wist ik wel hoeveel kinderen er hun eerste communie bij deze grijze herder doen? Dat wist ik niet. Maar het zijn er veel, hoor ik. Navraag bij het bisdom leert me dezelfde dag nog dat het om een record gaat. Waarmee de eerste communie in Volendam een hele krantenpagina waard wordt.
De zondag daarop zit ik met de fotograaf in de kerkbanken. We zien kinderen in hun mooiste kleren op de eerste bank. En horen de jeugd op hun mooist zingen. Eén meisje springt eruit. Ze doet een solo die klinkt als een klok. Vol overtuiging. Naar details vragen, is niet nodig. Haar juf begint er vanzelf over, als we na afloop van de dienst bij de pastoor aan de koffie zitten. Hebben we gehoord hoe goed haar leerling zong? ,,Een talentje hoor!” De boodschap is duidelijk: zo’n rijzende ster mag de krant wel in de gaten houden. Doen we natuurlijk.
Zó werkt promotie van de koffiepot dus. Eerst moet het product goed zijn, dat poetst het dorp het in de p.r. nog even op. Een aanpak waarbij een niet te onderschatten lepeltje door de koffie roert: die van de gastvrijheid. Immers: willen ze je kennen, moet je wel eerst de deur open zetten. In Volendam lukt dat. En daarom schrijf ik er met liefde over. Want waar ze goed voor je zijn, wil je graag wezen.

Jan Vriend
Tags: Column
Tom Kwakman Schilder & Behanger
Tol Plaatwerk B.V.
Intersport Theo Tol
Keizer Installatiebedrijf
Slagerij Runderkamp
Tegelzetbedrijf Fred Molenaar