Column Jan 'Pet' Tuijp

He will Survive

Omdat de recente overstromingen in Australië nu ook de stad Brisbane bereikt hebben, waren mijn gedachten de laatste dagen vaak bij Sandy Klouwer, die daar met haar gezinnetje in de buurt woont. Een paar weken geleden brachten mijn vrouw en ik in Australië - toen we daar tijdens een rondreis in de buurt waren - even een bezoekje aan haar.  Sandy is de oudste dochter van de overleden Cats-drummer  Theo Klouwer. Het viel ons op dat bij Sandy thuis tijdens onze aanwezigheid op de achtergrond louter Cats-muziek klonk. “Ik was altijd van de Cats en m’n zus Helen meer van de BZN”,  zei ze, toen ik er en passant een opmerking over maakte.

Later, in de auto, spraken we nog lang na over ons bezoekje aan Sandy, en over vroeger, toen we met haar ouders Theo – Schuimpie – en Wilma op vakantie naar Spanje gingen. Hoewel er door die vriendschap met Theo en toen ook al met Arnold Mühren geen echte rivaliteit was tussen ons, luisterde ik in die tijd toch anders naar de muziek van m’n Cats collega’s dan nu.
The Cats waren extreem succesvol, en mateloos populair. Dat was een ongekende status in een tijd met slechts één tv-programma en één radiozender. Het ging altijd maar over The Cats, The Cats, en nog eens The Cats, die de ene na de andere top 5 hit scoorden, terwijl wij als BZN daar toen nog van droomden. Als je dan jong bent, poep ambitieus, en alles door je eigen gekleurde muzikale bril bekijkt, ben je al jaloers voor je het zelf door hebt. Dan vind je elke nieuwe plaat van The Cats wat minder dan de vorige. En dat was natuurlijk helemaal onterecht.

Gelukkig is dat gevoel later, en zeker toen we zelf ook de smaak van succes te pakken kregen en leerden hoe moeilijk het is om succes te initiëren en continueren, omgeslagen in respect en bewondering. Ik beschik sinds enige jaren in mijn i-tunes bieb zelfs over een map met het complete Cats repertoire, dat ik vaak afspeel. 
Vooral bewondering heb ik voor de herkenbaarheid van de Cats-muziek,  muziek met identiteit, met een eigen ziel. Een uniek geluid, herkenbaar uit duizenden, wat ze ook deden, wie er ook zong, het bleef onmiskenbaar The Cats. Later heb ik geleerd dat deze herkenbaarheid, deze unieke identiteit, een absolute voorwaarde is voor de duurzaamheid van het succes.

Uiteraard heb ik ook diepe bewondering voor al die prachtige, meeslepende al dan niet zelfgeschreven Cats-songs, denk even aan evergreens als ‘One ‘Way Wind, ‘Why’, ‘Scarlet Ribbons’ of ‘Lea’, en zoveel andere beauty’s die door de gehele natie, jong en oud, overal luidkeels werden meegezongen. Iedereen heeft zo wel z’n eigen favoriete Cats-songs, is mij opgevallen. De belangrijke rol van componist en tekstschrijver Arnold Muhren hierbij is in de media naar mijn mening helaas altijd een beetje ondergesneeuwd gebleven. Bewondering mijnerzijds is er ook vooral voor de zangkunsten van Piet, maar ook die van Cees en Arnold. En dan die fabuleuze Cats close harmony, waar zelfs destijds de vocaal ijzersterke Buffoons uit Enschede jaloers op waren.
Met ontzag keek ik op tegen het stoere Rock and Roll imago dat The Cats uitstraalden, al zijn de “sex, drugs en rock and roll” uitspattingen misschien nooit verder gegaan dan de gezellige nazitjes met wat muzikanten na een kroegbezoek op de Volendammer dijk. Ik herinner me nog goed dat, als dit dan bij Piet en Neel thuis was, Piet eerst even de gordijnen dicht deed want, zo klonk het daarbij amechtig : “dan zien we niet dat de dag er aan komt”. Met andere woorden: dan komt er geen end an. De rest laat zich raden. 

Al met al moest voor het Rock and Roll imago wél een prijs betaald worden. Net als bijvoorbeeld The Stones kenden de privélevens en onderlinge verhoudingen binnen The Cats vele doorleefde rauwe achterkantjes en scherpe randen, die af en toe aan de oppervlakte kwamen. Het deerde het succes van The Cats niet, en maakte de songs, de band en vooral de teksten alleen maar geloofwaardiger. Verbaasd heeft het mij overigens altijd dat een club met zoveel oer-ego’s als Arnold, Cees en Piet, in de media als collectief overkwam; het bleef altijd een band.

Achteraf is het grootste wapenfeit van The Cats wel dat hun muziek nu, na al die jaren, nog steeds niet gedateerd klinkt, nog steeds zeer populair is, en veel verkocht, gedownload en gedraaid wordt. Ook het enorme huidige succes van de Tribute to The Cats Band spreekt in dit verband boekdelen.
Toen de Cats ophielden live te bestaan, en alleen nog Piet Veerman solo ten tonele verscheen, bevestigde hij zingende weg steeds meer zijn rol als aartsvader van de Volendamse muziekscene. Piet zingt geen “palingsound”, wat het ook zijn mag; hij IS het. Bovendien is de herkenbaarheid van zijn stem ongeëvenaard. Ik durf te stellen dat er geen enkele Nederlander is die méér dan één gezongen woord nodig heeft om Piet Veerman als de zanger van het lied te ontwaren. Van welke andere zanger kun je dat zeggen, slechts één woord ?

The Cats waren een enorme financiële melkkoe, waar de bandleden wellicht zelf nog het minste van geprofiteerd hebben. Ondanks dat heeft Piet zich nooit door de commercie laten inpakken; kwaliteit stond voorop. Intimi weten dat Piet in zijn streven naar perfectie tijdens de opnames heel lastig kon zijn voor zijn omgeving, overdreven eigenzinnigheid werd hem hierbij verweten. Niet vergeten mag worden dat hij zichzelf daarbij ook niet ontzag, en de lat voor zichzelf heel hoog legde. En dat is te horen. Met een stem zo breed als de Volendamse dijk en de dramatiek van een zich voltrekkende scheepsramp, appelleert Piet met zijn zangact aan een oeroude basale functie van muziek maken, het overbrengen van gevoel en emotie. En dat is mijns inziens  het fundament waarop het succes van de Volendamse muziek sinds de mid- sixties grotendeels gebaseerd is geweest. Dat is wat het grote brede publiek wilde en altijd zal blijven willen.

Ter demonstratie hiervan laat ik geïnteresseerde kennissen tijdens alcoholische bijeenkomsten in onze Weinstube bij tijd en wijle ‘I will Survive’ horen; een sfeervolle track van een cd van Specs Hildebrand & the Livingroom Band, waaraan onder andere Piet Veerman meewerkte. Na het eerste deel, dat prachtig en met gevoel gezongen wordt door Theo van Scherpenseel, valt Piet in met zijn couplet. Dan gebeurt er iets geks; iedereen, liefhebber van ‘t genre of niet, reageert; er ontstaat ineens emotionele spanning en kippenvel, het lijkt wel een ander lied, met een aangrijpende sfeer, en ook lijkt het of er een zanger uit een ander universum aan het werk is. Iedereen is geraakt en begrijpt meteen wat ik bedoel. Daar is een icoon bezig!

Bij een biertje in een kroeg op de dijk vroeg ik voorzichtig aan Piet: “Wordt het voor jou ook geen tijd  - als boegbeeld van muzikaal Volendam, en notoir kwaliteitsfreak, op jouw leeftijd - om er mee te stoppen?”, wetend dat ik hiermee door een porseleinkast knalde. Hij keek mij onbegrijpend aan. 
Waar bemoei ik me ook mee, dacht ik later. Piet Veerman, de beste zanger die ooit in Volendam geboren is. He will survive!

Jan Tuijp (Pet)
Vishandel P. Bond & Zonen
Tegelzetbedrijf Fred Molenaar
Café Sjaakie's
Twins Fashion
Ongedierte - bestrijding Volendam
Jan 'Patat' Snoek & Zoon